Na de Duitse aanval op Polen weten 250.000 tot 300.000 Joden uit dat land naar oostelijk Rusland te ontkomen.

Tussen 1933 en 1939 vluchten bijna 250.000 Europese Joden (onder wie ruim 60.000 Duitsers en 80.000 Polen) naar Palestina, dan een Brits mandaatgebied. Mede als uitvloeisel van een grote Arabisch-Palestijnse opstand in 1936-’39 tegen het Britse bestuur, sluit Groot-Brittannië eind ’39 de Palestijnse grenzen voor Joden, naar nog tienduizenden weten er illegaal binnen te komen – veelal via Turkije. De Joods-Palestijnse hulporganisatie Yishuv slaagt er tussen 1939 en 1945 in bijna 19.000 Joden (vooral uit Duitsland, Oostenrijk en Tsjechoslowakije) naar Palestina over te brengen.

Na de oorlog tracht Groot-Brittannië met alle mogelijke middelen te voorkomen dat overlevenden van de Sjoa Palestina bereiken. Ook worden meer dan 4.500 Joden teruggestuurd naar Duitsland, waar ze in een kamp (Pöppendorf) voor Displaced Persons (ontheemden) worden geïnterneerd en met veel haat door grote delen van de lokale bevolking worden bejegend. Na het uitroepen van de staat Israël op 14 mei 1948 gaan vrijwel allen daar naartoe.

De meeste landen in Latijns-Amerika laten tussen het einde van de Eerste Wereldoorlog en 1933 vele immigranten toe, onder wie ook zo’n 175.000 Joden. Als de vluchtelingstroom zich uitbreidt, wordt het toelatingsbeleid strenger. Tussen 1933 en 1945 worden in totaal 84.000 Joden toegelaten. Enkele tienduizenden anderen vinden langs illegale weg toegang. Alleen Bolivia legt de vluchtelingen weinig in de weg. Dit land laat alleen al tussen 1938 en 1941 ruim 20.000 Joodse Europeanen toe. Verder komen de vluchtelingen vooral terecht in Argentinië, Brazilië en Chili.

Tienduizenden Joden vinden een heenkomen naar Afrika. Ongeveer 20.000 van hen naar Noord-Afrika, anderen naar o.a. Kenia, Uganda, Tanzania, Zambia en Zimbabwe*.

Noord-Afrika was niet de meest aangewezen plek voor Joden om naartoe te vluchten. Marokko was een Frans protectoraat, Algerije maakte formeel deel uit van Frankrijk. Het Vichy-regime vaardigde in deze landen een hele reeks van anti-Joodse maatregelen uit. Tot deportaties kwam het echter niet. Tunesië was eveneens een Frans protectoraat, tot het in 1942 door Duitsland werd bezet. Hier werden 5.000 à 6.000 Joden naar werkkampen gedeporteerd. Tot hun geluk begonnen de geallieerden in november 1942 Noord-Afrika te bevrijden.

Libië was in 1911-’12 bezet door Italië, dat er in 1938 rassenwetten uitvaardigt. Duizenden Joden worden opgesloten in concentratiekampen, waarvan Giado het grootste is. Honderden sterven in de kampen door honger en ziekte. Honderden niet-Libische Joden worden naar concentratiekampen in Europa gedeporteerd.

shanghai1

shanghai2

Envelop van een door de naar Sjanghai gevluchte Jakob Falkenstein naar New York gestuurde brief.

Naar schatting 35.000 Polen weten naar Kenia te vluchten. Het aantal Joden onder hen is onbekend. Vanuit Kenia verspreiden zij zich over verscheidene landen in oostelijk en zuidelijk Afrika. Circa de helft wordt in kampen geïnterneerd.

Zuid-Afrika nam circa 7.000 Joodse vluchtelingen op, maar sluit zijn grenzen voor hen in 1936.

Naar Australië ontkomen 9.000 Europese Joden, naar China, met name Sjanghai in het door Japan in 1937 bezette deel van China**, circa 20.000, vooral Duitsers, Oostenrijkers, Litouwers en naar Litouwen gevluchte Poolse Joden. (Zie ook: https://www.pudv.nl/kaunas-siauliai/.) Japan weerstaat de Duitse druk om de Joden in Sjanghai uit te moorden, maar begint ze vanaf najaar 1941 het leven wel zuur te maken. Joodse bezittingen worden dan in beslag genomen, Joden mogen zich niet meer vrijelijk door de stad bewegen. In november 1942 wordt van de Joodse wijk Hongkou een getto gemaakt, waar het leven steeds beroerder wordt. Naar schatting 2.000 mensen sterven in het getto, voordat dit begin augustus 1945 wordt bevrijd.

* Hedendaagse benamingen
** De Chinese consul in Wenen, Feng-Shan Ho, verstrekte – tegen het beleid van de Chinese ambassadeur in – na de Reichspogromnacht van november 1938 visa aan duizenden Joden.