November 1938. In het Duitse plaatsje Nordhorn, dat ter hoogte van Almelo tegen de grens met Nederland aan ligt, woont het Joodse gezin Salomonson: vader Friedrich (16-12-1897), moeder Emma (25-3-1895), zoon Lion (7-7-1930) en dochter Hannie (29-2-1932).

Het gezin heeft sterke banden met Nederland. Moeder Emma (officieel: Esther) Philips is van oorsprong Nederlandse. Ze is geboren in Winterswijk. Twee zussen van vader Friedrich zijn op hun beurt met Joodse mannen uit Nederland getrouwd en wonen net aan de andere kant van de grens. Zus Rosalchen met Rudolf de Bruin in Hardenberg, zus Emma met Louis Mendels in Almelo.

In de nacht van 9 op 10 november vindt in Duitsland en het geannexeerde Oostenrijk en Sudetenland de door de nazi’s georganiseerde Kristallnacht plaats, de ‘nacht van het gebroken glas’. Bij deze pogrom tegen de Joodse bevolking worden Joden aangevallen (met 92 doden en duizenden gewonden tot gevolg), synagogen in brand gestoken, winkels, bedrijven, scholen, ziekenhuizen, begraafplaatsen en huizen vernield.

In dit Duitsland willen de Salomons niet blijven. Ze willen naar de Verenigde Staten emigreren. Het kost tijd om dat te regelen. Ondertussen moeten de kinderen alvast weg. Op 15 november worden Lion en Hannie op de trein naar Almelo gezet, naar de familie Mendels. Vooral de dan 29-jarige David Lion Mendels, zoon van Louis en Emma, ontfermt zich over de kinderen. Hij is hun neef, maar in contacten met de Nederlandse autoriteiten noemt hij zich hun oom.

Lion en Hannie zijn illegaal het land in gekomen. Ze hadden zich meteen als vluchteling moeten melden. En het is ook illegaal dat ze bij familie verblijven. ‘Oom’ David probeert die plooien snel glad te strijken. Hij dient bij de Vreemdelingendienst een verzoek in voor het hele gezin Salomonson om in Nederland te worden toegelaten.

Formulier van de Vreemdelingendienst over Lion, waarop staat dat hij op 20 november bij Denekamp het land is binnengekomen en dat “Amerika” als “verdere emigratiemogelijkheid” vermeldt.

Op 29 november geeft het Ministerie van Justitie de gevraagde verblijfsvergunning, met dien verstande dat het gezin naar een vluchtelingenkamp moet. Het probleem is dat de ouders nog niet in Nederland zijn. Dat Lion en Hannie bij de familie Mendels wonen, is illegaal, maar de burgemeester van Almelo, mr. Mello Sichterman, doet een goed woordje voor ze.

Brief van 15 februari 1939 van de burgemeester van Almelo aan de Minister van Justitie:
(…) De kinderen Lion en Hannie gevoelen zich, naar dezerzijds is gebleken, bij hun oom, de heer D.L. Mendels, volkomen thuis, terwijl de familie zeer aan de kinderen gehecht is. De heer Mendels, die bezitter is van een flink cartonnagebedrijf te Almelo en financieel zeer wel in staat is om in het onderhoud der beide kinderen te voorzien, is gaarne bereid de algehele verzorging der beide kinderen op zich te nemen tot het tijdstip, waarop het gezin Salomonson naar Amerika zal emigreren. (…) Het gezin Mendels staat te Almelo gunstig bekend.

Justitie draagt hierop de zaak over aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Een justitie-medewerker schrijft bovenaan de brief van de burgemeester een suggestie: “Kinderen t.z.t. bij de ouders in kamp opnemen? Thans in kindertehuis plaatsen?”

Binnenlandse Zaken beslist anders. Het verstrekt op 30 maart een aparte verblijfsvergunning voor Lion en Hannie. Wel vraagt en verkrijgt het nog een garantie-verklaring van David Mendels over de opname van de kinderen in het gezin. Lion en Hannie mogen blijven. Er zijn wel twee voorwaarden. Ze mogen niet langer dan drie dagen in een andere woning verblijven, tenzij het ministerie daarvoor toestemming heeft gegeven. En zodra de kinderen 13 worden, zal het ministerie beslissen waar ze verder zullen verblijven. Met andere woorden: dan moeten ze naar een vluchtelingenkamp.

Brief van Binnenlandse Zaken aan David Mendels van 10 mei 1939 over Lion:
(…) deel ik u mede, dat bedoelde vluchteling, die reeds voorlopig in uw gezin is opgenomen, bij u zal mogen blijven. Ik merk hierbij op, dat verblijf van genoemde vluchteling in een andere dan uw woning langer dan drie dagen niet is toegestaan tenzij op een tijdig daartoe ingediend verzoekschrift door mij goedgunstig is beschikt. Tenslotte vestig ik er uw aandacht op, dat tenminste twee weken voor het bereiken van de 13-jarige leeftijd van Lion Salomonson mededeling van dit feit zal moeten geschieden (…) opdat een nadere beslissing kan worden genomen ten aanzien van een verder verblijf van bedoelde vluchteling.

In het voorjaar van 1939 komen ook de ouders van Lion en Hannie naar Nederland. Ze trekken eerst in bij Friedrichs zus Rosalchen en haar man Rudolf de Bruin in Hardenberg. Begin juni verhuizen Lion en Hannie naar hun ouders. Op 9 juni worden ze in het bevolkingsregister van Hardenberg ingeschreven. Ze worden vervolgens uitgeschreven uit het vreemdelingenregister van Almelo.

Pas achteraf, op 25 juli, wordt voor de verhuizing aan Binnenlandse Zaken toestemming gevraagd. Niet David Mendels doet dat, maar zijn vader Louis. In volgende documenten wordt ook steeds L. Mendels en niet D.L. Mendels genoemd.

Het verzoek van Louis Mendels om Lion en Hannie bij hun ouders te mogen laten wonen.

Op het verzoek van Louis Mendels komt geen reactie.

In Hardenberg raakt Lion bevriend met Sipke. V.l.n.r.: Sipke en Jan Sipkema met Lion Salomonson.

In november 1939 betrekt het gezin Salomonson een eigen woning in Hardenberg. In december constateert een Almelose politie-agent en ‘tevens onbezoldigd veldwachter der gemeente Almelo, belast met de vreemdelingendienst’ dat Lion en Hannie niet meer bij de familie Mendels wonen. Louis Mendels krijgt van hem een proces-verbaal aan zijn broek.

Het rapport van de veldwachter

De burgemeester van Almelo stuurt het rapport door naar Binnenlandse Zaken. Hij kon waarschijnlijk niet anders.

Begeleidende brief van de burgemeester van Almelo aan Binnenlandse Zaken

Het ministerie laat een onderzoek instellen. Mogelijk heeft burgemeester Sichterman *, ook nog informeel contact opgenomen met het ministerie. In ieder geval is er opvallend snel een rapport dat goed uitpakt voor het gezin Salomonson.


Rapportage aan Binnenlandse Zaken van 3 januari 1940:
(…) Het gezin bewoont in Hardenberg een kleine woning, die er netjes uitziet en voldoende ruimte biedt voor 4 personen. De heer Salomonson liet mij het afschrift van een verblijfsvergunning zien in de gemeente Stad-Hardenberg voor zich en zijn gezin. Het gehele gezin wordt ondersteund door broers en zusters van zowel de man als de vrouw. (…) De beide kinderen gaan in Hardenberg op school. Het gezin hoopt vrij spoedig naar Amerika te kunnen vertrekken.”

Ongeveer een week later laat het ministerie aan de burgemeesters van Almelo en Hardenberg weten dat Lion en Hannie bij hun ouders mogen blijven.