De dodenmars van Jules Schelvis

/De dodenmars van Jules Schelvis
De dodenmars van Jules Schelvis2017-08-23T16:47:40+00:00
Jules beschrijft de ontruiming van Radom (00:49)

Het getto van Radom, waar Jules Schelvis verblijft, wordt op 24 juli 1944 ontruimd. Jules moet op een dodenmars, vier dagen lopen, naar Tomaszow. Daar wordt de groep op de trein naar Auschwitz gezet. Jules vraagt zich af wat er nu met hem gaat gebeuren. Maar ze blijven niet in Auschwitz, ze worden direct doorgestuurd naar Zuid-Duitsland: een lange treinreis in een veewagon naar Vaihingen an der Enz.

In Vaihingen moet Jules werken aan de bouw van een ondergrondse vliegtuighal. Hij sleept met zakken cement van 50 kilo. In het najaar van 1944 wordt de bouw stilgelegd. Dat maakt het kampleven direct minder slecht. Vaihingen wordt nu een ‘SS-hospitaal- en herstellingskamp’ (SS-Kranken- und Erholungslager). De zieken uit andere kampen worden hier ondergebracht. De niet-zieke Joden, waaronder Jules, moeten naar kamp Unterriexingen. Hier zijn de omstandigheden weer veel slechter. Jules’ vriend Leo is de uitputting nabij.

Dan wordt ook kamp Unterriexingen ontruimd. Jules heeft een wond aan zijn voet en mag terug naar Vaihingen. Hij probeert Leo mee te krijgen maar dat lukt niet. Leo moet naar een ander kamp in de buurt, Kochendorf. Jules herstelt in Vaihingen en werkt hier als ziekenbroeder. Maar de tyfus is overal en Jules raakt besmet.